gemaakt op : 02 mei 2020

Ut tweeduh – jaar 2050 (deel 1)

We schrijven zaterdag 25 april 2050. Het sportpark Monnikenbos stroomt vol met supporters voor de gemeentelijke derby van WZC Wapenveld tegen SEH Heerde. De derby, vroeger genoemd de moeder aller veldslagen, is al lang niet meer wat het geweest is.

De tijd van de rondvliegende graspollen is iets van een grijs verleden.

Toch zijn dit van die momenten dat het ouderwets druk is op het sportpark.

Dit is de zaterdag dat het team van ut tweeduh uit het seizoen 2019-2020 zijn jaarlijkse reunie houdt. Even mijmeren over vroeger en anekdotes uit de oude doos halen. De verhalen zijn sterker geworden in de loop der jaren, maar dat is iets van alle tijden.  

Op een (leugen)bankie aan de IJsselzijde van het veld zitten enkele oud gedienden van ut tweeduh uit het seizoen 2019-2020 te genieten van het voorjaarszonnetje.

 

De mannen, de jongens van toen zijn nu al vijftigers of nog ouder. Dat is te zien. Op het bankje zitten Bernard Drost, Martijn van Limburg en Rob Veltkamp. Bernard met ietwat grijze haren en aan het taalgebruik te horen nog steeds het “woapnvelds” dialect niet machtig, dit na al die jaren onder de padden.

Martijn is nog steeds niets veranderd, zijn gezichtsuitdrukking is nog dezelfde, al is bij het onderlijf een buikje zichtbaar bij de IT consultant. Bekend zijn de gevallen van de opvoering als “stervende zwaan” van Martijn als hij weer eens een tikkie kreeg van zijn tegenstander en het historische gezegde “hey joh, wat doe je nu?”

Rob Veltkamp, de doelman, heeft na al die jaren wel een echt brede scheiding door zijn haardos lopen. Tegenwoordig is Rob chef van een glazenwasserij. In het seizoen 2019/2020 hield Rob regelmatig de “nul”. Dit zogenaamde “clean sheet” had Rob nog nooit eerder meegemaakt in zijn carrière en moeder Betty heeft jarenlang begrepen dat Rob het had over een “clean shirt”. Rob had nog wel eens de vreemde neiging om een simpel balletje, die je gewoon kon oprapen, met een geweldige zweefduik als een soort van panter te pakken (het publiek wil ook wat).

Daar op het bankje gaan de sterke verhalen over de verdediging, die opgetrokken was uit gewapend beton, die regelmatig de nul wist vast te houden en slechts 11 doelpunten tegen kreeg in 14 wedstrijden (waarvan 3 tegen hekkesluiten Hatto Heim).

 

De gebroeders Zonneberg komen aangewandeld. Ruben “Pietertje”, de leider, die tijdens een wedstrijdbespreking de legendarische vraag stelde waarom zijn broertje Sander niet in de opstelling stond. Diezelfde Sander stond echter breed geprojecteerd op de beamer als linksback in de basisopstelling.

“Altijd” Sander heeft nog steeds de loop van de waggelende gans, maar zijn tegenstanders kwamen hem drie keer tegen in het veld. Hij had de eigenaardigheid om zijn kapsel regelmatig aan te veranderen. Als voetballer heb je hier weinig aan, maar voor het vrouwlijk schoon aan de zijlijn was dit wel spannend.

 

Brede rookwolken benemen het zicht van de groep. Het is de dikke sigaar van Bernie Hulleman. De robuuste voorstopper en sloper van menig spits is er niet magerder op geworden. Als top-accountant gaat het hem voor de wind en is zijn postuur flink in omvang toegenomen.

Breedvoerig verteld Bernie over die 3 wedstrijden in het eerste team die hij ooit speelde, toen zijn broertje JeePee weer eens geschorst was. Volgens Bernie deden de spitsen het dun in de broek als ze hem zagen en er was er eentje bij die zelfs de onderkant van het kunstgras heeft gezien.

 

Inmiddels zijn ook Jesse en Hermen gesignaleerd.

Jesse de opstomende rechtsback die zichzelf nog weleens voorbij liep met acties die niemand, inclusief Jesse zelf begreep. Hij kijkt ietwat dromerig uit zijn ogen deze middag, maar dat komt door zijn onweerstaanbare uitstraling volgens Jesse.

Hermen ziet er nog steeds uit als de antikraker van 30 jaar geleden. Woest voorzien van baard en onverstoorbaar komt hij aanslenteren. Hermen de man met het fluwelen linkerbeen en de magische trap. Hermen legde de bal over 50 meter op de stropdas van zijn medespeler. Daarnaast een rustpunt in de verdediging, niet van de wijs te brengen. Als het moest kon Hermen ook een joepie verkopen aan zijn tegenstander, dan kwam de “ware kuutie” weer even aan de oppervlakte.

 

Dan komt daar de trainer-coach Erik van Dijk aangelopen. Duidelijk herkenbaar aan zijn looptrend en nog steeds het glanzende kale koppie voorzien van muts. De succesvolle trainer-coach (o.a. WZC Wapenveld, vv Blokzijl, HHC Hardenberg) is inmiddels opa geworden en is trainer in ruste.

Het vorige seizoen liet hij zich nog een keer overhalen om het roemruchte IJsselmeervogels na de winterstop uit het slop te trekken en te behoeden voor degradatie naar de derde divisie. Dit kunststukje was wel aan Erik toevertrouwd en nu wordt er elke week een pondje kibbeling bezorgd bij de familie van Dijk.

Erik begeeft hij zich naar zijn oude strijdmakkers van het seizoen 2019/2020.

 

Binnenkort deel 2